Nieuw kunstmuseum in Molenbeek

dsc03178

Brussel heeft er een nieuw museum bij: het Millenial Iconoclast Museum of Art, kortweg het MIMA. In het halve jaar dat het open is, kwamen al meer dan 25.000 bezoekers langs. Het MIMA ligt nochtans in Molenbeek, een gemeente die het laatste jaar niet bepaald op een positieve mannier in de pers kwam. Wat verklaart dan precies die aantrekkingskracht?

 

Het MIMA presenteert zich als een museum van het nieuwe millenium. Het is een museum voor hedendaagse kunst, maar op een heel andere mannier dan bijvoorbeeld het S.M.A.K, het MUHKA of Wiels dat zijn. Want in Molenbeek draait het allemaal om ‘2.0 kunst’, om de verschillende creatieve culturen die zich tien jaar geleden nog in de marge van de kunstwereld bevonden maar dankzij het internet van onder uit toch een breed publiek wisten te bereiken. Voorbeelden van zo’n creatieve culturen zijn grafische vormgeving, skateboarding, elektronische muziek en geek cultuur.

 

dsc03161
De eerste tentoonstelling van het MIMA verenigt vier straatkunstenaars uit Brooklyn. Straatkunst is zonder twijfel aan een razendsnelle opmars bezig. Het werk van de Britse Banksky is bijvoorbeeld zo populair dat een tentoonstelling die deze zomer in Amsterdam plaatsvond meteen 30.000 bezoekers mocht ontvangen in haar openingsmaand. Zelfs een prestigieuze instelling als het Victoria and Albert Museum in Londen koopt tegenwoordig straatkunst aan om er haar collectie mee te verrijken. In België is het MIMA nochtans de eerste die zich op dit terrein waagt. De oprichters hadden wel al ervaring met het kopen en verkopen van straatkunst in hun kunstgalerij.

 

Het is een echte paradox: straatkunst is niet langer een kunstvorm inherent aan de stedelijke openbare ruimte, maar verovert de kunstmarkt en ook steeds vaker de meer traditionele culturele instellingen. Verliest het dan niet een deel van zijn eigenheid? Straatkunst is bijvoorbeeld een democratische kunstvorm, zowel in productie als consumptie. Is zo’n kunstwerk dan niet sowieso elitairder als het verhandeld of tentoongesteld wordt? En wat met het tijdelijke aspect ervan? Straatkunst wordt niet gemaakt om te bewaren, want het wordt op straat blootgesteld aan het Belgische weer en aan weerbarstige buurtbewoners die het kunstwerk laten vervagen of zelfs verdwijnen.

 

dsc03155
Nochtans hangt er rond City Lights, de openingstentoonstelling van het MIMA, een aanstekelijke sfeer van avontuur en grootstedelijkheid. De curatoren maakten de slimme keuze om niet de bestaande straatkunst uit haar oorspronkelijke omgeving weg te halen, of aan de straatkunstenaars te vragen hun werk op schildersdoek te vertalen. Ze nodigden gewoon vier kunstenaars uit en gaven hun de volledige vrijheid om de zalen van het museumgebouw te vullen met hun straatkunst. Als de tentoonstelling is afgelopen, dan zullen de ruimtes heringericht worden om plaats te maken voor nieuwe kunstwerken. Het tijdelijke karakter van straatkunst wordt zo toch eer aangedaan.

 

De voormalige brouwerij Belle-Vue blijkt met haar industriële architectuur een ideaal kader voor deze tentoonstelling. De kunstenaars die het best hun straatkunst wisten te integreren in het gebouw, zijn ook meteen degenen van wie het werk het meest indruk maakt. Zo plakte Swoon haar uit papier geknipte portretten tegen de keldermuren, als fijne sneeuwvlokken in een grijs landschap van baksteen. De zolderverdieping werd door Maya Hayuk dan weer getransformeerd in een bijna spirituele ruimte, tot de nok toe gevuld met felle geometrische kleurvlakken. Dit zijn kunstwerken die het museumbezoek tot een sterke zintuigelijke belevenis maken. De aantrekkingskracht van het MIMA ligt dus zeer waarschijnlijk in zijn sterke tentoonstellingsconcept.

 

dsc03176

Dat neemt niet weg dat het democratische aspect van straatkunst in het museum toch behoorlijk wat van zijn pluimen verliest. Het is een goede zaak dat de oprichters van het MIMA besloten om zich in Molenbeek te vestigen, en het museum heeft zeker het potentieel om bezoekers te tonen dat deze gemeente meer is dan een optelsom van de terroristen die er gewoond hebben. De oprichters geven aan dat ze banden smeden met de lokale gemeenschap, bijvoorbeeld met de plaatselijke boksclub, maar het lijkt erop dat die eerder toevallig en vrijblijvend ontstaan, omdat één van hen daar sport. Zolang zij geen langetermijnstrategie voor een inclusief museum uitwerken, blijft dit museum het terrein van de voormalige klanten van de kunstgalerij en van de Brusselse hipsters.

(Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Aktief, het ledenblad van het Masereelfonds)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *